Flexibiliteit is niet automatisch beter
Veel paardeneigenaren kiezen bewust voor een soft-tree of boomloos zadel. De gedachte is logisch: een flexibel zadel zou zich beter aanpassen aan het paard en meer bewegingsvrijheid geven. Daar stond ik vroeger ook echt achter. Pas toen ik jarenlang met verschillende systemen werkte, begon ik ook de keerzijde te zien.
Onlangs kwam ik bij een paard waarbij een soft-tree zadel opvallend strak lag bij de schouder. Dat was opmerkelijk, omdat de verwisselbare boommaat correct was.
Bij nader onderzoek bleek dat één paneel platter was geworden dan het andere en dat het zadel naar rechts zakte. Onder het zadel lag een correctiepad met harde viltinlages. Op de rug van het paard was inmiddels links een lichte drukplek ontstaan naast de wervelkolom.
Wat mij vooral opviel was dat de panelen niet eenvoudig aanpasbaar waren. Waar een traditioneel wolgevuld boomzadel via vulopeningen nauwkeurig gecorrigeerd kan worden, bleek dat hier niet mogelijk. Correcties moesten vooral via de pad worden uitgevoerd.
En daar zit voor mij een belangrijk verschil.
Een correctiepad kan tijdelijk helpen bij kleine veranderingen in bespiering of balans. Maar wanneer een paneel scheef is geworden of een zadel structureel uit balans raakt, lost een pad het onderliggende probleem niet op. De oorzaak blijft aanwezig.
Drukverdeling én stabiliteit
Vanuit biomechanisch oogpunt heeft een zadel 3 belangrijke functies: druk verdelen, stabiliteit bieden en het ondersteunen van een evenwichtige ruiterhouding. Veel discussies over boomloze en soft-tree zadels gaan vooral over drukverdeling, maar stabiliteit krijgt vaak minder aandacht. Juist stabiliteit bepaalt echter of een paard zich onder een ruiter recht kan ontwikkelen.
Bij een flexibel zadel ontbreekt een deel van de structurele stijfheid die een traditionele boom biedt. Onder belasting kan het zadel daardoor gemakkelijker vervormen en reageren op asymmetrieën van paard en ruiter. Wanneer het midden van het zadel onder ruitergewicht verder richting de paardenrug beweegt, verandert ook de belasting van de voorste delen van het zadel. Hierdoor kan de druk rond de schouderregio toenemen, ondanks dat de boommaat of het kopijzer op zichzelf correct lijkt te zijn. In de praktijk kan een zadel daardoor onder belasting anders functioneren dan wanneer het onbelast wordt beoordeeld.
Daarnaast zie ik in de praktijk dat flexibele zadels gevoeliger kunnen zijn voor asymmetrie. Vrijwel geen paard is volledig symmetrisch en vrijwel geen ruiter zit perfect recht. Bij een zeer flexibel systeem kunnen die krachten gemakkelijker invloed krijgen op de vorm en ligging van het zadel.
Een klein verschil in belasting kan daardoor uitgroeien tot een groter probleem:
- Het zadel kantelt iets.
- De drukverdeling wordt asymmetrisch.
- Het zadel schuift gemakkelijker naar één zijde.
- De panelen worden ongelijk belast.
- De asymmetrie neemt verder toe.
Flexibiliteit is niet automatisch beter
Dat betekent niet dat ieder soft-tree of boomloos zadel slecht is. Wel betekent het dat flexibiliteit niet automatisch gelijkstaat aan een betere pasvorm. Een zadel moet niet alleen comfortabel aanvoelen, maar ook stabiel blijven, de druk goed verdelen en langdurig aanpasbaar zijn aan veranderingen in paard en ruiter.
Mijn kijk op zadels is door de jaren heen veranderd. In het verleden heb ik zelf boomloze en flexibele zadels gebruikt en verkocht. De gedachte achter deze systemen sprak mij aan: meer flexibiliteit, meer bewegingsvrijheid en minder risico op drukpunten.
Gaandeweg ben ik echter steeds meer gaan kijken naar wat er op langere termijn gebeurt. Niet alleen naar drukmetingen, maar ook naar stabiliteit, symmetrie en de mogelijkheid om een zadel blijvend aan te passen aan veranderingen in paard en ruiter.
Wat mij daarbij steeds vaker opviel, was dat problemen niet zozeer ontstonden door één drukpunt, maar door een langzaam proces van toenemende scheefheid. Een zadel dat iets kantelt, een paneel dat ongelijk belast wordt, een paard dat asymmetrisch beweegt of een ruiter die iets meer gewicht aan één zijde draagt. Op zichzelf lijken dat kleine verschillen, maar samen kunnen ze leiden tot een zadel dat steeds verder uit balans raakt.
Juist die ontwikkeling heeft mijn visie veranderd. Niet omdat boomzadels geen problemen kunnen geven, maar omdat een goed opgebouwd boomzadel mij meer mogelijkheden biedt om stabiliteit te creëren, asymmetrie te corrigeren en veranderingen in de paardenrug op te vangen.
Voor mij is de vraag daarom niet langer welk type zadel in theorie het meest paardvriendelijk is. De vraag is welk systeem in de praktijk het beste blijft functioneren, ook wanneer paard en ruiter niet perfect symmetrisch zijn. Want dat zijn ze vrijwel nooit.
Uiteindelijk gaat het niet om de marketing van een systeem, maar om wat er daadwerkelijk op de rug van het paard gebeurt.

